• Parkeren én werken in een ondernemende en leefbare stad

De afgelopen weken en maanden duiken verschillende werfparkings op in de Brugse binnenstad waarbij er wel een aanduiding is van een parkeerverbod maar niet van een flexibele tijdsaanduiding. Tijdens een toer door de stad kwam ik werfparkings tegen in het commerciële hart van de stad die maar liefst 8, 9 tot zelfs 11 maanden blijven staan. Alleen al rond St. Salvator zijn er zo 11 plaatsen die voor bijna een jaar voortdurend verboden zijn voor alle parkeren. Ook in het weekend en ook ’s nachts in de week. Dit is absurd en onnodig.

IMG_44343

Het is positief dat er bedrijvigheid is en dat mensen verbouwen. Wonen in de stad moet aangemoedigd worden. En uiteraard moeten de aannemers dan ook hun wagens en materiaal kunnen stallen. Maar na pakweg 17h, in het weekend en in het bouwverlof wordt er niet gewerkt en leiden deze parkings tot onbegrip en frustratie bij de bewoners van de binnenstad die na het werk een parkeerplaats zoeken. Parking is al schaars, garages zijn beperkt in aanbod én relatief duur en bewoners van de binnenstad kunnen hun auto niet in hun binnenzak stoppen! Het voortdurend schrappen van parking voor bewoners zoals recentelijk op het Biskajerplein en in de toekomst waarschijnlijk in de buurt rond Walburga is trouwens ook een kwalijke tendens die moet gestopt worden. De Bruggeling die kiest voor wonen in de binnenstad wordt op deze manier ontmoedigd.

Ik onderstreep dat ik niet de aannemers viseert. Wel integendeel. Het is de Stad die moet duidelijkheid scheppen door telkens een duidelijke uurregeling af te spreken in functie van de werken. Dit is gewoon een kwestie van hygiëne in de afspraken. Niet de werken zijn het probleem, het gebrek aan aanduiding van de uren van de werken is dat. De Stad moet hierop controleren, in de eerste plaats preventief. En toestanden zoals enkele weken terug in de Beenhouwersstraat waar er sprake was van een met krijt aangeduide parkeerregeling is bij regenweer uiteraard te vermijden. De kwaliteit en de duidelijkheid van de aanduidingen moet gegarandeerd worden.

Ik vind overigens dat de Stad het leven van de ondernemers verder moet  vereenvoudigen. Eerder pleitte ik daarom al voor een betalende ‘aannemerskaart’ zodat loodgieters, aannemers, elektriciens, schilders, … hun werken tijdens de werkdag kunnen uitvoeren zonder voortdurend geld te moeten gaan bijstoppen in de dichtste automaat. Ik ben ook voorstander om de houders van gele en blauwe parkeerkaarten te laten parkeren in elkaars zones. De regels in beide zones zijn toch gelijk en bewoners die vlak aan de ‘grens’ van hun zone wonen komen soms in erg onlogische situaties terecht.

De parkeerdruk in Brugge is groot maar het wordt dringend tijd dat de Stad de kaart trekt van haar bewoners en ondernemers. Investeren in extra ondergrondse parking maar ook in nog vlotter openbaar vervoer en aangenamere fietsverbindingen zijn de uitdaging.